schreeuwt mijn vlees het uit.
Tranen, door ogen opgeblonken,
worden door mijn mondhoeken opgedronken.
Onder het donkerblauwe deken,
ligt mijn lot mijn leven te wreken.
Iets drijft me verder van het spoor,
waardoor ik plots mijn kracht verloor.
Mijn hoofd gonst van de gedachten
en ik zoek een oor om de gons te verzachten.
En ik weet dat er zo geen oren bestaan,
die heel mijn ziel en leven kunnen verstaan.
Daarom roep ik rustloos voort,
want ik weet dat het niemand stoort.
Vanachter de muur van mijn vergaan,
zal mijn leven nooit blijven stilstaan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten