En klop aan.
Niemand antwoordt.
Maar ik blijf staan.
Ik hoor niets
voel niets
ruik niets
zie niets
Een traan valt op de grond.
Ik voel de wind nu goed.
De schoonheid van de nacht wordt verborgen,
door de storm die in my woedt.
Duisternis rent door de straten,
en ik hoor de metro stoppen.
Ik loop door de menigte en
wordt geraakt door het afwenden van de koppen.
En plots zie ik je daar staan
Onze ogen ontmoeten elkaar.
Je verontruste blik verdwijnt.
Opgelucht strijk je door je haar.
Ik stap naar voor
en geluk raakt mijn lippen.
Mijn hart raakt de weg kwijt.
en mijn gedachten varen op de klippen.
Maar je gelukzalige glimlach verdwijnt,
en een pijnlijke grimas verschijnt.
Je lichaam raakt brutaal de grond.
Bloed verschijnt op de plaats waar je stond.
Ik ren
zweet
roep
kijk.
Nu sta ik in een park.
Een park met stenen.
Waar kinderen zwijgen,
en de mensen wenen.
Stenen met namen
namen van personen.
Op een staat de jouwe.
De naam die in mijn ogen zal wonen.
Grijpt aan, zeer sterk geschreven.
BeantwoordenVerwijderenHopelijk berust mogelijke gelijkenis met werkelijkheid op toeval en niet op ervaring.
"geraakt door het afwenden van de koppen"!
BeantwoordenVerwijderenDa's echt wel het toppunt van inspiratie, denk ik.
dit maakte me even stil jeroen.
BeantwoordenVerwijderen